Verschrikkelijk mooi

Stephanie was een hele knappe meid en dat wist ze ook. Ze had een mooie gebruinde huid, lichtblauwe ogen en mooi lang bruin golvend haar wat soms goud leek in de zon. Haar vriendinnen maakten vaak opmerkingen over hoe knap ze was en dat ze liever niet naast haar wilden lopen, want naast haar waren zij zo lelijk. Stephanie vond de opmerkingen vervelend. Vooral de opmerking van haar vriendin Melody die altijd vroeg of ze in haar bijzijn niet liever baggy broeken wilde dragen. Ze had namelijk zo’n mooie ronde bil had, waar letterlijk en figuurlijk niemand omheen kon.

Een avondje uitgaan met haar vriendinnen vond Stephanie ook niet leuk meer. Het begon leuk en gezellig, totdat een van haar vriendinnen een oogje kreeg op een jongen die vervolgens alleen maar oog had voor Stephanie. De vriendinnen van Steph werden vaak boos op haar, omdat ze weer eens alle aandacht moest opeisen. Op deze manier gingen zij vaak eerder naar huis dan gepland met chagrijnige hoofden en nog net geen ruzie. Daarom had Stephanie sinds een paar weken besloten om niet meer mee te gaan als ze uit gingen. Aan het begin zaten haar vriendinnen nog te zeuren dat ze mee moest, maar ze merkte zelf ook wel dat ze het veel leuker hadden zonder haar. Zelfs haar ontzettend onzekere vriendin Anne had nu een vriendje. Ze had hem alleen nog niet ontmoet… Anne durfde dat risico nog niet te nemen zei ze.

Omdat Stephanie haar vriendinnen de laatste tijd steeds minder zag, voelde ze zich ook steeds meer alleen. Een vriendje had zij ook niet, want ze ontmoette alleen maar jongens die duidelijk lieten merken dat ze haar vooral wilden om een trucje op te proberen.
Ondanks dat zij zich zo alleen voelde had Stephanie gelukkig wel een baantje gevonden in de stad, zodat zij zich niet verveelde in de vakantie. Het enige nadeel was dat ze vanaf het station 10 minuten moest lopen naar haar werk en ze werd bijna altijd lastiggevallen. Ook stond er standaard na haar werk een groep jongens aan de overkant en sommige volgden haar zelfs nog naar het station. De kortste van de groep vond ze het meest vervelend. Hij maakte altijd maar vieze opmerkingen en vertelde uitgebreid wat die zou willen doen met zo’n mooie meid als haar. Ze vond het maar ongemakkelijk en hoopte altijd door er niet op te reageren het vanzelf ophield… maar dat deed het niet.

Stephanie werd ook vaak lastiggevallen als zij boodschappen ging doen. Er werden dingen naar haar geroepen of ze werd ongelooflijk veel aangestaard door zowel mannen als vrouwen. Ze begreep steeds beter waarom haar vriendinnen liever uit haar buurt wilden blijven, ze vond de aandacht die ze kreeg zelf ook verschrikkelijk.

Zijzelf zat erg met alle aandacht die ze kreeg, maar het ergste was dat haar zusje er ook mee zat. Er was vaak ruzie thuis omdat haar zusje veel opmerkingen maakte als ‘waarom ben ik het lelijkste kind’, of ‘waarom kan ik niet zoals Stephanie zijn dan was mijn leven veel beter.’ De ouders van Stephanie gaven hierdoor Steph nog weinig aandacht omdat haar zusje zo erg in de knoop zat. Ook sprak haar zusje enkel nog de woorden goedemorgen, hoi en slaaplekker tegen Steph. Hoe erg ze ook contact probeerde te zoeken haar zusje stootte haar keihard af. Was ik maar lelijk dacht Stephanie vaak dan was mijn leven veel beter.

Op een dinsdag toen ze van haar werk kwam merkte Stephanie op dat het groepje jongens aan de overkant was vergroot. Er waren 3 jongens bij gekomen en eentje had het echt op Stephanie voorzien. De eerste dag dat die haar zag had die zich voorgesteld, hij heette Samuel maar ‘noem me maar Sam’ zei die. Stephanie vond het ongemakkelijk, hij was heel aardig maar wel op een enge manier. Altijd moest die ook aan haar haren zitten en deze strelen terwijl zij liep richting het station. ‘Je hebt zulk ongelooflijk mooi haar’, zei die altijd en als ze bij het station aankwamen gaf die er altijd nog een klein speels rukje aan voordat die weer terug liep naar zijn vaste stek. Hoe ongemakkelijk Stephanie zich ook voelde ze durfde er niets van te zeggen. Sam was een hele gespierde brede jongen en iedereen die langs hem liep leek dan ook geïntimideerd. Ze wilde hem dan ook niet boos maken en in principe deed die gewoon iets te aardig toch?

Dagen gingen voorbij en elke keer stond Sam na haar werk klaar om Stephanie weer richting het station te brengen. Na twee weken werd het echter anders. Sam stond nu voor haar werk te wachten op het station om haar naar werk te brengen. Stephanie zei dat dit niet nodig was, maar Sam stond erop dat zijn goudlokje werd gebracht en gehaald. Langzamerhand werd Sam steeds meer handtastelijk. Het strelen door Stephanie de haren was nu overgegaan op haar wang en nek en vaak sloeg die ook zijn armen om haar heen. Je bent van mijn vriendin zei die dan altijd en vrienden zijn er voor elkaar. Stephanie zag het als een troost, hij beschouwde het dus als een vriendschap. Het was niet het soort vriendschap die zij gewend was, maar ze vond het prima. Zolang hij zich maar hield bij deze ‘vriendschap’.

Omdat Stephanie het toch wel benauwd kreeg van het vele werken, thuiszitten en de momenten met Sam vroeg ze haar vriendinnen voor een nieuwe kans om samen uit te gaan en leuke dingen te doen. Iedereen vond het prima, ze hadden haar tenslotte ook al lang niet gezien. Die vrijdag gingen ze dan ook gezellig uit. Stephanie kreeg weer aandacht van elke jongen maar haar vriendinnen vonden het dit keer niet erg zo te zien. Er was zelfs nog een leuke jongen die heel verlegen het nummer van Stephanie vroeg, maar ze wilde dit toch liever niet geven. Sinds ze al die aandacht kreeg van Sam voelde ze zich toch heel ongemakkelijk bij jongens merkte ze nu.
Toen ze later op de avond, of eigenlijk in de ochtend richting huis gingen was er een vechtpartij aan het einde van de straat. Ze ontweken het en gaven er geen aandacht aan en liepen snel door.

Op zondag kreeg Steph een berichtje van Melody. ‘Weet je nog dat gevecht vrijdagnacht, die jongen die in elkaar is geslagen ligt in het ziekenhuis!! Weet je wie het is, dat is die jongen die jou om je nummer vroeg!’ Stephanie was verontwaardigd, hij zag er niet uit als iemand die vaak ruzie zocht… agh alles heeft een oorzaak.

Toen Stephanie maandag richting werk ging stond als gewoonlijk Sam haar op te wachten. Hij zag er anders uit, hij had allemaal schrammen in zijn gezicht en zag er vermoeid uit. ‘Alles oke?’ vroeg Steph. ‘Uhuh’. Hij reageerde heel droog en deed zelfs een beetje afstandelijk dat was niets voor hem, maar ze vond het niet erg. ‘Leuk weekend gehad?’ vroeg Sam. ‘Oh jawel hoor was niet zo boeiend, jij dan?’ ‘Ja hoor, nog gezellig wezen stappen?’ Stephanie kreeg een raar gevoel, de manier hoe die het vroeg klopte niet en hij vroeg nooit zo specifiek wat ze had gedaan. Ze knikte maar gewoon en hoopte dat ze zo snel mogelijk aankwam bij haar werk. ‘Ik heb je gezien hoor’, zei Sam met een geïrriteerde stem. Stephanie keek hem vragend aan, ze wist niet zeker of ze nou wist wat die bedoelde. ‘Ik heb je gezien,’ herhaalde die, ‘met je vriendinnen en ook met die jongen’. ‘Ja, ik was uit met mijn vriendinnen wat boeit jou dat nou weer?’ ‘Ja, en met die jongen en doe niet alsof je niet weet waar ik het over heb, jij bent mijn vriendin Stephanie je kan op zijn minst eerlijk met me zijn!’ Stephanie hield haar mond dicht, ze snapte er niets meer van. Ze wist alleen dat dit allemaal heel raar klonk en zo snel mogelijk op haar werk wilde zijn. Ze begon stevig door te lopen maar opeens pakte Sam haar bij haar arm en zei;’ dit flik je me niet nog eens.’ Stephanie trok zich los, ‘waar heb je het in godsnaam over Sam?’ Ze zag dat Sam zich steeds meer irriteerde. ‘Die jongen met die blauwe trui waar je de hele tijd mee stond, ik zag wel dat die zijn telefoon aan je gaf. Niemand hoeft iets te proberen bij jou, je bent mijn vriendin en dat heb ik hem laten weten ook, maar wees volgende keer gewoon eerlijk met me oké.’ Sam gaf haar een kus op haar voorhoofd en sloeg zijn arm om haar heen om vervolgens weer door te lopen, maar Stephanie bleef staan. Jongen met blauwe trui… die jongen die haar nummer vroeg had een blauw shirt aan… het verhaal van Melody… OH MY GOD. Stephanie gaf Sam een duw, ‘heb je hem in elkaar geslagen?’ Sam begon te grijzen, ‘kom nog een klein stukje naar je werk’. ‘Nee, laat me met rust, jij had niet het recht om die jongen in elkaar te slaan hij had niets verkeerds gedaan! Wat wij hebben is vriendschappelijk Sam dat heb je zelf gezegd, je bent gestoord.’ Stephanie rende weg, ze wilde geen seconde meer bij Sam in de buurt blijven. Sam schreeuwde nog een paar dingen maar ze luisterde niet, ze moest weg van hem.

De hele dag kon ze zich niet concentreren op haar werk. Die jongen lag in het ziekenhuis omdat hij haar nummer vroeg, hoe gestoord was dat wel niet. Hoe wist Sam waar zij uitging… ze had hem binnen ook niet gezien, hoe kon dit?
Misschien moest ze die jongen een bosje bloemen brengen als excuses, maar het was niet haar schuld … of eigenlijk wel. Stephanie trok het niet meer en besloot ziek naar huis te gaan, ze wilde slapen en nergens aan denken. Ze besloot om via de nooduitgang weg te gaan, deze zat aan de achterkant van het gebouw. Ze liep wel een halfuur te lopen naar het volgende station, zo kwam ze Sam tenminste niet tegen.

Na een paar uur te hebben geslapen voelde ze zich iets beter, maar dat had een duur van 2 seconde. Stond Sam nou voor haar huis? Stephanie stond op om beter door haar raam te kunnen kijken, maar dook snel weer naar beneden. Hoe wist hij waar ze woonde en waarom was hij hier.
Toen ze nog een keer keek was hij er niet meer. Had ze het zich nou verbeeld? Was ze gek aan het worden?

Toen Steph ging eten voelde het alsof ze bekeken werd. Dit gevoel bleef toen ze ging douchen, toen ze een gesprek voerde met haar vader, ze werd er moe van. Als ze naar buiten keek was Sam namelijk nergens te bekennen en voelde het alsof ze doordraaide. Omdat ze niet nog gekker wilde worden besloot ze zich de laatste week van haar werk ziek te melden. Ze wilde Sam niet meer tegenkomen en het was tenslotte nog maar een weekje voordat school weer begon.

De week ging snel voorbij en de eerste schooldag was alweer aangebroken. Stephanie had er zin in, alleen toen ze op school aankwam werd haar enthousiasme al snel weggehaald. Haar vriendinnen stonden haar geïrriteerd op te wachten. ‘Ook leuk dat je ons verteld dat je een vriendje hebt Steph’. Stephanie geloofde haar oren niet, hoe kwamen ze hier nou weer aan. Stephanie kreeg allemaal opmerkingen naar haar hoofd, dat ze dingen verborg en niet eerlijk was. Het maakte niet uit wat Stephanie zei, niemand geloofde haar. Eerst verborg ze dingen en nu was ze een leugenaar. Stephanie snapte het niet meer, wat had ze verkeerd gedaan?

Ze dacht dat na een paar dagen alle meiden wel afkoelden, maar hoe meer dagen er voorbij gingen hoe erger het leek te worden. Ook andere mensen op school keken haar raar aan en vooral de jongens uit haar klas deden afstandelijk, iets wat voorheen nooit plaats vond. Ze voelde zich alleen en ze begreep niet waarom iedereen zo tegen haar deed.

De week erna op een donderdag net voordat ze klaar waren riep Melody door het lokaal;’ oh kijk Steph je vriendje staat buiten.’ Toen Stephanie naar buiten keek draaide haar maag om, daar stond Sam. Hoe kende zij Sam, waarom dachten ze dat hij haar vriend was. Stephanie was helemaal verward. Hoe wist hij waar ze op school zat? Hoofdpijn van het piekeren, pakte Stephanie snel haar spullen en ging weg. Ze was al een prof in het creëren van ruzie bij haar vriendinnen, nu maakte Sam het op een of andere manier nog erger. Het moment dat ze langs Sam stormde, want daar moest ze tenslotte langs, probeerde die haar arm vast te grijpen maar Stephanie begon meteen te gillen en te rennen. Ze MOEST naar huis en wel nu. Ze hoopte dat het een vervelende droom was en als ze de dag erna wakker werd, Sam en de ruzie nooit hadden bestaan.

Helaas werden de dagen erna alleen maar erger. Steph kreeg ruzie met haar zusje en ouders omdat die ook hadden gehoord dat zij een vriend had waar ze niet over vertelde. Haar vriendinnen en klasgenoten maakten elke dag vervelende opmerkingen over haar vriendje de drugsdealer en dat ze zo’n prachtige meid als haar hoger hadden ingeschat. Ook stond Sam elke dag na school haar op te wachten en soms zag ze hem ’s avonds ook nog voor haar huis. Ze maakte veel ruzie met Sam, ze eiste dat die haar met rust moest laten want door hem had ze ruzie met iedereen. Sam vond echter dat ze voorbestemd voor elkaar waren en wist heel zeker dat ze op een dag zou bijdraaien.
Maar Steph draaide niet bij. Hoe meer weken er voorbij gingen hoe ongelukkiger en depressiever ze werd. Ze sprak met niemand meer en ze was die rare mooie meid van school. Ze haatte zichzelf.
Al deze aandacht, ze werd er ziek van en ze wist niet meer wat ze ermee aan moest.

De dag dat het Stephanie echt teveel werd, was toen ze bij de directeur werd geroepen. Hij had gehoord dat de drugsdealer die regelmatig voor school stond haar vriend was. De directeur maakte dan ook duidelijk dat zulk publiek een slechte naam gaf aan de school en dat ze daar liever niet geassocieerd mee wilde worden. Stephanie moest goed nadenken waar ze mee bezig was en beloven dat ze haar vriend op afstand hield van de school anders werden haar ouders ingelicht. Natuurlijk lukte dit Stephanie niet en werden haar ouders op de hoogte gebracht dat de ‘vriend’ van hun dochter een drugsdealer was die erg bekend stond bij de politie.

Op deze manier ontstond er ook een enorme nieuwe ruzie met haar ouders. Die begrepen niet waar dit allemaal vandaan kwam. Hoe kon zo’n mooie meid met zulke gasten omgaan. Ze bleven maar doorgaan dat ze niet begrepen hoe hun mooie dochter zo ruzie kon maken met haar vriendinnen en zulk raar gedrag vertoonde. Met zo’n mooie dochter hadden ze meer verwacht, ze hadden zulke hoge verwachtingen van haar. Stephanie werd gek van al het gepreek en trok het niet meer. Ze wilde niet langer meer die mooie meid zijn, het was een last die ze niet kon dragen. Terwijl haar ouders door gingen met het boos worden op Steph en het bekritiseren van haar, hadden ze te laat door wat er gebeurde. Uit wanhoop pakte Stephanie een enorm keukenmes uit de keuken en begon in haar gezicht te snijden, vervolgens in haar armen, buik, benen, voeten overal waar het maar kon. Het bloed droop op de grond en haar moeder en zusje begonnen te gillen. Het snijden deed pijn, maar niet zoveel als de pijn die Stephanie met zich meedroeg in haar hart. Stephanie’s vader probeerde Stephanie tegen te houden, maar verloor twee vingers bij de poging. Haar verwondingen werden steeds erger en toen werd alles zwart.

Toen Stephanie wakker werd zat zij vastgebonden aan een bed en merkte zij dat bijna haar hele lichaam in verband was gewikkeld. Aan haar bed zaten haar ouders, zusje en vriendinnen. Toen zij door hadden dat ze wakker was vertelden ze allemaal dat ze van haar hielden en dat ze hun had laten schrikken. Ze hielden van haar en hadden dit nooit gewild. Ze moest beloven het nooit meer te doen. Ook vertelde haar moeder dat Stephanie voor onbepaalde tijd in dit ‘opvanghuis’ moest blijven en bij een psychiater moest lopen, maar dat iedereen regelmatig zou langskomen omdat ze van haar hielden. Stephanie voelde zich beter, ze hielden nog van haar, ze waren niet meer boos op haar. ‘Hoe zie ik eruit?’ Haar moeder zei dat het misschien beter was om dit te bewaren voor een andere keer, maar Stephanie eiste een spiegel. Melody pakte een spiegel en hield deze voor haar. Stephanie kreeg een grote glimlach toen ze zichzelf zag in de spiegel. Heel haar gezicht zat onder de littekens, hechtingen en pleisters en het was verschrikkelijk en zelfs een beetje vies om te zien. Ze voelde zich er goed bij. Ze wist het en had het altijd al geweten. Nu ze lelijk was, zou alles beter worden. De mensen van wie ze het meest hield waren er weer voor haar en hadden beloofd dagelijks langs te komen. Die enorme last was eindelijk van haar schouders en ze voelde zich eindelijk gelukkig. Ze was niet meer mooi en dat was voor Stephanie een mooi nieuw begin.
Haar moeder vertelde dat ze met een plastisch chirurg had gesproken die haar verwondingen waarschijnlijk weg kon werken en dat ze weer terug kon keren naar de mooie verschijning die ze was. Stephanie zei dat ze dat niet wilde, maar haar moeder zei dat het een discussie was voor later. Stephanie was vastberaden om te blijven als hoe ze nu was, maar ze besloot dit voor zichzelf te houden. Mochten haar ouders hier een stokje voor steken wist zij wat haar te doen stond. De vaas met bloemen in haar kamer had tenslotte meer functies dan alleen decoratie…

Leave a Reply